Focus op T-safe in

Legionellasoorten: bekendheid en implicaties voor de sector

De identificatie van Legionella Anisa als de meest prominente soort boven Legionella pneumophila, was de verrassende bevinding van een beoordeling van meer dan 70.000 watermonsters, uitgevoerd door de Legionella Control Association (LCA).

In dit In Focus-segment onderzoeken we de bevindingen van een door LCA geleid onderzoek naar het voorkomen van verschillende legionellasoorten die zijn gedetecteerd in 70.000 watermonsters uit drie laboratoria in het VK over een periode van 2 jaar. We bespreken hoe de resultaten uit de ‘Gedetecteerde Legionellasoorten’ worden beoordeeld in termen van risico en de implicaties van de LCA-bevindingen voor de sector.

LCA-bevindingen

In januari 2022 publiceerde de Legionella Control Association (LCA) een nieuwsbericht ‘Post Lockdown Positivity: Emerging Legionella Species Data’ (Positieve monsters na de lockdown: gegevens nieuwe legionellasoorten) waarin de belangrijkste bevindingen van de analyse van meer dan 70.000 legionella-positieve watermonsters werden gepresenteerd die over een periode van twee jaar werden verzameld. De gegevens werden verzameld in drie verschillende laboratoria in het Verenigd Koninkrijk. Elk gebruikte de MALDI-ToF-bevestigingsmethode die tot op ‘soortniveau’ rapporteerde.

De belangrijkste bevindingen waren:

  • meer dan 53% van de resultaten was L. anisa,
  • meer dan 32% van de positieve monsters bevatte L. pneumophila (zowel serogroep 1 als serogroep 2-15),
  • bijna 1% van de positieve monsters bevatte L. rubrilucens,
  • meer dan 6,5% van de resultaten bevestigde geen soorttype,
  • Er werden meer dan twaalf andere soorten geïdentificeerd in resulaten die <1% van de gegevensverzameling inhielden (1).

De aanstoot voor het onderzoek gaf een webinar dat de LCA in juli 2021 organiseerde, in samenwerking met HSE, PHE en lokale autoriteiten om meer bewustzijn te bereiken over het hogere aantal positieve legionellamonsters na de lockdown. De toenmalige gegevens toonden aan dat het gemiddelde percentage positieve resultaten in het VK ongeveer 2% was toegenomen na de lockdowns als reactie op COVID-19. Als gevolg daarvan stelden de leden zich de vraag of deze toename van het aantal positieve gevallen kon worden toegeschreven aan specifieke legionellasoorten.

Wat de bevindingen ons vertellen

Het feit dat meer dan 53% van de monsters werd bevestigd als L. anisa uit een gegevensverzameling van 70.000 positieve resultaten, vergeleken met 32% L. pneumophila was een onverwachte bevinding. De sector was lange tijd van mening dat L. pneumophila de meest voorkomende soort legionella was en daarom meer zorgwekkend zou zijn en het grootste risico vormde. Deze benadering kan gebaseerd zijn op gegevens (Joseph, 2002 2) waaruit bleek dat “70% van de legionellainfecties wordt veroorzaakt door L. pneumophila serogroep 1, 20-30% wordt veroorzaakt door andere serogroepen, en 5-10% wordt veroorzaakt door niet-pneumophilasoorten

Uit de gegevens van de LCA blijkt dat L. anisa veel prominenter is in watersystemen dan L. pneumophila. Waarom vinden we dus niet net zo veel L. anisa in klinische gevallen? Het antwoord hierop kan eenvoudig zijn. De urine-antigeentest (UAT), die vaak wordt gebruikt om de veteranenziekte te bevestigen, heeft een voorkeur voor L. pneumophila; wat kan betekenen dat L. anisa niet gedetecteerd wordt met deze test. Bovendien zoeken veel UAT’s alleen naar L. pneumophila sero  groep 1, nog niet eens het volledige scala aan pneumophila. (Shimada 2009 4).

We hebben een klinische bevestigingstest die gericht is op L. pneumophila, maar deze soort legionella is slechts aanwezig in ongeveer 3 op de 10 positieve monsters. Dit houdt in dat maar liefst 7 op de 10 UAT negatieve resultaten kunnen opleveren wanneer de patiënt besmet is met de veteranenziekte. Hoewel de Polymerase Chain Reaction (PCR)-methode deze extra soorten wel detecteert, wordt niet het routinematige diagnostische hulpmiddel gebruikt.

Legionellasoorten en de richtlijnen

Als er meer dan 50 soorten en 70 serogroepen zijn geïdentificeerd, wat zegt de richtlijn dan over hoe rekening moet worden gehouden met het risico van verschillende legionellasoorten? Het Health Technical Memorandum (HTM) 04-01 Deel A(5) en Deel B (6) samen met de Approve Code of Practice for Legionella (ACoP L8 4e editie) (7) suggereren alle dat we elke gedetecteerde legionellasoort gelijk behandelen. Dit kan worden afgeleid aangezien de richtlijn geen verwijzing naar een hiërarchie van risico’s tussen specifieke legionellasoorten bevat. De tendens om verschillende soorten verschillend te behandelen is geëvolueerd en in de loop der tijd door de sector aangenomen, mogelijk op basis van empirische bewijzen zoals Joseph (2002).

Implicaties van de gegevens

Traditioneel gezien hebben we de respons op andere legionellasoorten dan L. pneumophila beschouwd als minder risicovol voor de menselijke gezondheid; en zelfs dan werd serogroep 1 altijd als een hoger risico beschouwd dan de serogroepen 2-15. Toch staan meer dan 25 legionellasoorten bekend als pathogeen voor de mens (3). Het is belangrijk op te merken dat zowel L’s. anisa alsook L. rubrilucens bevestigde humane pathogenen zijn die dus legionellabesmetting kunnen veroorzaken.

De bevindingen van de LCA-beoordeling van de gegevens suggereren dat deze veelgebruikte aanpak onjuist is en gevaarlijke gevolgen kan hebben. Hoewel de onderzochte gegevensverzameling groot was, stelt de LCA dat het onderzoek van deze gegevens nog in de kinderschoenen staat. Er moet verder onderzoek plaatsvinden voordat belangrijke wijzigingen worden overwogen of doorgevoerd. Uit deze gegevens blijkt niettemin duidelijk dat andere legionellasoorten dan L. pneumophila in overweging moeten worden genomen bij het uitvoeren van een bemonsterings- en analyseplan.

Literatuur:

  1. 1. https://www.legionellacontrol.org.uk/news/121/
  2. 2. Joseph C (2002a). Surveillance of Legionnaires disease in Europe. In: Marre R et al., eds. Legionella, Washington DC, ASM Press, 311–320.
  3. 3. https://specialpathogenslab.com/legionella-species/
  4. 4. Shimada T (2009) Systematic Review and Meta analysis Urinary Antigen Tests for Legionellosis in CHEST Journal Volume 136, Issue 6 1576 – 1585
  5. 5. Health Technical Memorandum 04-01 Safe water in Healthcare Premises Part A: Design, installation and commissioning (2016) Paragraph 4.22 – 4.24
  6. 6. Health Technical Memorandum 04-01 Safe water in Healthcare Premises Part B: Operational Management(2016) Paragraph 7.45 – 7.49
  7. 7. Approved Code of Practice for Legionella (4th Edition) (2013) Paragraph 58
  8. 8. Health & Safety Guidance 274 Part 2 “The control of legionella bacteria in hot and cold water systems” (2014) Paragraph 2.117

Wilt u meer informatie over T-safe membraanfiltratie van sterilisatiekwaliteit?

Related insights

Focus op T-safe in De impact van projectmanagement op waterveiligheid